Studies hebben uitgewezen dat clozapine spiegels hoger dan 350 µg/L leiden tot een grotere therapie respons. Echter wordt in een groot deel van de patiënten ook voldoende effect bereikt bij lagere concentraties en dient de dosis in dergelijke gevallen niet verhoogd. Dit is klinisch op te volgen.
Desmethylclozapine is de belangrijkste metaboliet van clozapine, doch deze is farmacologisch minder actief dan clozapine. Over de bepaling/rapportering van de metaboliet kan gediscussieerd worden. Het is namelijk zo dat de therapeutische respons correleert met de clozapine spiegels, maar niet met de desmethylclozapinespiegels. Vanuit farmakokinetisch oogpunt is het echter wel interessant van beide waarden te kennen en een zicht te hebben op de ratio desmethylclozapine/clozapine. Deze is normaal 0,45-0,79 voor dalwaarden onder steady-state omstandigheden (niet rokers; ratio lager in rokers) (Hiemke et al, 2017). Is de ratio te laag, dan kan het zijn dat de afname te vroeg gebeurd is (geen dalwaarde) of dat er een remming is in het metabolisme door vb andere medicatie of bij slechte leverfunctie. Een te hoge ratio kan er vb op wijzen dat er geen correcte/recente inname gebeurd is (vb gebrekkige therapietrouw).
Tarificatie
Nomenclatuur:
547153 - 547164 B 1600 Doseren van een xenobioticum en zijn metabolieten met een specifieke chromatografische methode (HPLC of GC) of met een minstens evenwaardige methode, met uitzondering van de farmaca vermeld onder Therapeutische Monitoring, paracetamol (547212 - 547223), salicylaten (547013 - 547024), ethanol (547035 - 547046, 547050 - 547061), methanol (547315 - 547326), hogere alcoholen en glycolen (547072 - 547083) #(Maximum 3)(Diagnoseregel 49) Bron: RIZIV website op 22/03/2026