ANA blot

Print

Beschrijving van de test

Naam:
ANA blot
Synoniemen:
ANA geassocieerde antistoffen (immunoblot): anti-nucleosoom, DNA, histonen, Sm/RNP, Sm, U1-RNP 68kD/A/C, SSA/Ro60, Ro52/TRIM21, SSB, Scl70, RNA polymerase III, Ku, PM-Scl100, Mi2, Jo1, CENP-A/B, PCNA, ribosoom P0, DFS70
Intern codenummer:
9910
9910BN (ENA indien ANF negatief is)
Frequentie:
wekelijks
Uitvoerend labo:
Campus Rumbeke
Antwoordtijd (TAT):
max. 1 week
Verantwoordelijk bioloog:
An-Sofie Decavele

Afname van het materiaal

Voorkeur materiaal:
serum
Toegelaten materiaal:
serum
Volume:
500 µL
Aanvraagformulier:
Afnameinstructies:
Bijaanvraag/stabiliteit:
7 dagen

Analyse

Analysemethode:
QUANTA Link Rumbeke
Domein:
Niet-infectieuse serologie
Bijkomende informatie:
Het opzoeken van ANF is een belangrijk deel van het diagnostisch onderzoek van patiënten met vermoeden van bepaalde auto-immuunziekten zoals SLE, Sjögren syndroom, sclerodermie, MCTD,...
Positieve fluorescentie patronen van het type homogeen, gespikkeld, gespikkeld met positieve mitosecellen, centromeer, nucleolair, nuclear dots en cytoplasmatische fluorescentie (ev. meer specifiek cytoplasmatisch type AMA, filamenteus) aan de starttiter 1/80 worden verder getitreerd.
De detectie van auto-antistoffen wordt verder uitgewerkt adhv interne workflow mbv CTD screen en ev ANA blot.

CTD screen Quantaflash: chemiluminescente immunoassay (CLIA) en bevat 17 antigenen :
Recombinant: Ro52, Ro60, SSB, Jo-1, Scl-70, CENP-B, CENP-A, RNA POLIII, Mi-2, PCNA, Th/To, Ku
Natief: Sm en RNP
Synthetisch: PM/Scl, Ribo-P en dsDNA

ANA blot: BlueDiver ANA Quantrix 19 IgG bevat volgende componenten:
Nucleosome, dsDNA, Histones, Sm, RNP (68kD/A/C), Sm/RNP, SSA/Ro 60kD, SSA/Ro 52kD, SSB, Scl-70, RNA Polymerase III, Ku, PM-Scl 100, Mi-2, Jo-1, CENP-A/B, PCNA, Ribosome P0 en DFS70

Tarificatie

Nomenclatuur:
556032 - 556043 B 350 Identificatie van tegen een specifiek nucleair of cytoplasmatisch antigeen gerichte antilichamen, per antigeen #(Maximum 5) (Diagnoseregel 28)
Bron: RIZIV website op 26/05/2026
556054 - 556065 B 700 Identificeren van tegen een specifiek nucleair of cytoplasmatisch antigeen gerichte antilichamen met een immunoblot of immunodot techniek, ongeacht het aantal geïdentificeerde antigenen #(Maximum 1) (Diagnoseregel 29)
Bron: RIZIV website op 26/05/2026

Laatst gewijzigd op

Saartje Gijbels
10-04-2026