Mangaan is een essentieel sporenelement: het is van belang voor tal van stofwisselingsreacties. Mangaan komt wijdverbreid voor in de natuur en wordt door de mens veelal ingenomen via voedsel zoals spinazie, granen, eieren en kruiden. In de industrie wordt mangaan hoofdzakelijk gebruikt in de staalproductie: het vormt een legering met staal, verstevigt het staal en maakt het beter bestand tegen verwering. Bij langdurige industriële blootstelling aan mangaan kan chronische vergiftiging ontstaan. In industriële context wordt mangaan voornamelijk geabsorbeerd door inhalatie van mangaanbevattende stofdeeltjes en rook. Na absorptie komt mangaan in de bloedbaan terecht, waar het zich voornamelijk bindt aan de rode bloedcellen. Het accumuleert in de lever, de nieren en de hersenen. Uiteindelijk wordt mangaan geëxcreteerd via de gal en in mindere mate ook via de urine. De toxische effecten van mangaan doen zich vooral voor ter hoogte van het centrale zenuwstelsel en de luchtwegen. Symptomen zijn futloosheid, slaperigheid, emotionele stoornissen, spastische bewegingen (parkinsonisme), verlamming, longontsteking en andere ademstoornissen. Er is bovendien een verband aangetoond tussen langdurige blootstelling aan mangaan en het ontstaan van tumoren.