Immuunglobulinen zijn polypeptiden die opgebouwd zijn uit 2 identieke zware ketens en 2 identieke lichte ketens. Zij hebben een constant en een variabel deel.
De unieke combinatie van de aminozuren ter hoogte van het variabel deel definieert de specificiteit van de antistof. Het constant deel van de zware keten bepaalt de antistofklasse (het isotype): IgM, IgG, IgA, IgD en IgE. Bij de lichte ketens onderscheiden we 2 types: kappa en lambda lichte ketens.
Bij gezonde personen komen in het serum de gebonden lichte ketens voor in een verhouding van ? / ? = 2.
Omdat de vrije ?-lichte keten vooral als monomeer voorkomt en de vrije ?-lichte keten als dimeer, wordt vrije kappa gemakkelijker glomerulair gefilterd dan vrije lambda, zodat, in het serum, de verhouding vrije ? / vrije ? = 0.625.
Een belangrijk overwicht van één van beide type lichte ketens suggereert de aanwezigheid van monoklonale immuunglobulinen.
Deze paraproteïnen onstaan door monoklonale proliferatie van de B-cellen. Daarbij kunnen zowel intacte immunoglobulines als fragmenten van immunoglobulinemoleculen geproduceerd worden. Deze fragmenten zijn meestal lichte ketens.
De lichte ketens worden door de glomerulus gefilterd en - wanneer de tubulaire reabsorptiecapaciteit overschreden wordt - via de urine uitgescheiden ("Bence Jones eiwitten").
Voorbeelden van monoklonale gammopathieën zijn: de ziekte van Waldenström (macroglobulinemie), Multipel Myeloom (Ziekte van Kahler) en Light Chain Disease.
Referentiewaarden
Leeftijd
Mannen
Vrouwen
5.70-26.3 mg/L
5.70-26.3 mg/L
Tarificatie
Nomenclatuur:
543690 - 543701 B 150 Specifiek doseren van een proteïne door een immunologische methode #(Maximum 3) Bron: RIZIV website op 22/03/2026