Cocaïne, een natuurlijk product afkomstig van de bladeren van de coca plant, is een krachtig CNS stimulans en een lokaal anaestheticum. Zijn farmacologische effecten zijn identiek aan deze van amfetamines, maar cocaïne heeft een kortere werkingsduur. Cocaïne induceert euforie, een gevoel van vertrouwen en verhoogde energie; naast deze psychologische effecten veroorzaakt cocaïne ook een verhoogd hartritme, dilatatie van de pupillen, koorts, tremor en zweten. De “crash” na een cocaïne “high” is diep, gaande van irriteerbaarheid en het verlangen naar meer cocaïne tot angst, hallucinaties en paranoia. Op zo’n moment kunnen gebruikers naar andere drugs grijpen om het depressieve effect van de “crash” weg te nemen.
Cocaïne wordt intranasaal toegediend of gerookt in zijn vrije base vorm; orale inname is ineffectief door de gastro-intestinale afbraak. Cocaïne wordt in de circulatie doorheen de mucosamembraan van de neus en de longen geabsorbeerd. Zijn effect is intens maar kort. Cocaïne wordt snel geïnactiveerd door hydrolyse van zijn esterbinding tot benzoylecgonine terwijl bloedcholinesterasen cocaïne hydrolyseren tot ecgoninemethylester; deze beide metabolieten kunnen verder gehydrolyseerd worden tot ecgonine. Niet-gemetaboliseerd cocaïne heeft een affiniteit voor vetweefsel en treedt snel de hersenen binnen; cocaïne metabolieten zijn meer wateroplosbaar en worden in de urine geëxcreteerd samen met een gedeelte niet-gemetaboliseerd cocaïne.
Tarificatie
Nomenclatuur:
547374 - 547385 B 1400 Opzoeken en identificeren van xenobiotica en hun metabolieten van éénzelfde farmacologische of chemische klasse met een specifieke chromatografische methode #(Maximum 3)(Cumulregel 71)(Diagnoseregel 49) Bron: RIZIV website op 22/03/2026