Normaal komen slechts kleine hoeveelheden eiwit in het glomerulair filtraat terecht. Grote eiwitten (vb. IgM) worden nagenoeg volledig tegengehouden door de glomerulaire menbraam. Kleinere proteïnen (vb. albumine) dringen moeilijk door de nierfilter en zeer kleine eiwitten (vb. beta-2-microglobuline) passeren gemakkelijk de membraam. De gefilterde eiwitten worden normaal door de niertubuli volledig gereabsorbeerd zodat slechts mineure hoeveelheden in de urine terecht komen.
Proteïnurie kan geisoleerd voorkomen of geassocieerd zijn met hematurie: proteïnurie samen met hematurie zonder pyurie (WBC) doet vooral denken aan glomerulaiere pathologie: proteïnurie met pyurie doet vooral denken aan een infectieus proces.
Intermittente proteïnurie is meestal goedaardig. Persistente proteïnurie moet verder onderzcoht worden. Men onderscheidt hier glomerulaire (vb. glomerulaire diabetes) of tubulaire oorzaken (vb. terbulopathie, annoglucosiden), overload proteïnurie (vb. Bence Jones) en postrenale proteïnurie (vb. urineweginfecties).
Een teststrook spoort vooral albumine op en is minder gevoelig voor andere eiwitten.
Referentiewaarden
Leeftijd
Mannen
Vrouwen
0.00-0.15 g/L
0.00-0.15 g/L
Tarificatie
Nomenclatuur:
125532 - 125543 B 50 Doseren van totale proteïnen #(Maximum 1) (Diagnoseregel 1) Bron: RIZIV website op 22/03/2026