Immuunglobuline G in bloed (IgG)

Print

Beschrijving van de test

Naam:
Immuunglobuline G in bloed (IgG)
Intern codenummer:
361
Frequentie:
dagelijks
Uitvoerend labo:
Campus Rumbeke
Antwoordtijd (TAT):
4 uur (gemiddeld) - max 24 uur
Accreditatie:
AZ Delta is geaccrediteerd door BELAC onder certificaatnummer 382-MED.
Verantwoordelijk bioloog:
Dieter De Smet

Afname van het materiaal

Voorkeur materiaal:
serum
Aanvraagformulier:
Afnameinstructies:
Bijaanvraag/stabiliteit:
7 dagen

Analyse

Analysemethode:
Cobas
Domein:
Scheikunde
Eenheid:
g/L
Bijkomende informatie:
IgG, IgA en IgM zijn de voornaamste immuunglobulinen. Ze worden geproduceerd door plasmacellen als antwoord op een stimulatie van het immuunsysteem door specifieke antigenen. Immuunglobulinen zijn polypeptiden die bestaan uit twee identieke zware ketens en twee identieke lichte ketens. Disulfidebruggen verbinden de zware ketens met de lichte ketens en de zware ketens onderling.
*IgG is het belangrijkste immuunglobuline in het serum. Vier IgG subklassen kunnen onderscheiden worden op basis van het verschil in het constant gedeelte van de zware keten. Antistoffen tegen proteïne-antigenen zijn meestal van de IgG1 en IgG3 subklasse. Antistoffen tegen polysaccharide antigenen van de IgG2 subklasse.
Bij de foetus doorkruist het moederlijk IgG de placenta. Het moederlijk IgG wordt tijdens de eerste levensmaanden afgebroken terwijl de eigen synthese op gang komt.
*IgM is het eerste immuunglobuline dat geproduceerd wordt bij een immuunantwoord. Het is een pentameer. De subunits worden samengehouden door J-ketens en bestaan uit twee zware en twee lichte ketens.
*IgA is het secretoir immuunglobuline. Het wordt voornamelijk geproduceerd door plasmacellen ter hoogte van het lymfoïd weefsel van de orale en intestinale mucosa. In secreties bestaat IgA als dimeer dat wordt samengehouden door een J-keten. Bovendien bevat het nog een secretoir deel.

Verlaagde waarden:
-primaire immuundeficiënties:
-Bruton's agammaglobulinemie
-transiënte hypogammaglobulinemia bij kinderen
-common variable hypogammaglobulinemia
-selectieve immunglobuline deficiëntie
-IgA-deficiëntie is de meest frequente immuundeficiëntie
-deficiënties van de subklassen (IgG2-deficiëntie is geassocieerd
met IgA-deficiëntie)
-nefrotisch syndroom
-malabsorptie
-maligne proliferatie van lymfocyten (CLL, multipel myeloom)

verhoogde waarden:
-chronisch inflammatoire aandoeningen
-paraproteïnen (de bepaling laat geen onderscheid toe tussen monoklonale en polyklonale immuunglobulinen)

Referentiewaarden

Leeftijd Mannen Vrouwen
≤ 14 d 3.20-12.10 g/L 3.20-12.10 g/L
14 d-1 jaar 1.48-6.31 g/L 1.48-6.31 g/L
1 jaar-4 jaar 3.17-9.94 g/L 3.17-9.94 g/L
4 jaar-10 jaar 5.01-11.70 g/L 5.01-11.70 g/L
10 jaar-18 jaar 5.95-13.10 g/L 5.95-13.10 g/L
> 18 jaar 7.00-16.00 g/L 7.00-16.00 g/L

Tarificatie

Nomenclatuur:
541214 - 541225 B 125 Doseren van IgG met een immunologische methode #(Maximum 1)
Bron: RIZIV website op 22/03/2026

Laatst gewijzigd op

Lien De Keyzer
30-01-2026