Thrombocyten

Print

Beschrijving van de test

Naam:
Thrombocyten
Synoniemen:
bloedplaatjes, plaatjes
Intern codenummer:
114
Frequentie:
dagelijks
Uitvoerend labo:
Campus Menen,Campus Roeselare,Campus Rumbeke,Campus Tielt,Campus Torhout
Antwoordtijd (TAT):
<1u (prior) - max 24u
Accreditatie:
AZ Delta is geaccrediteerd door BELAC onder certificaatnummer 382-MED.
Verantwoordelijk bioloog:
Hilde Vandenbussche

Afname van het materiaal

Voorkeur materiaal:
EDTA volbloed
Toegelaten materiaal:
EDTA volbloed
Volume:
1 EDTA-tube
Aanvraagformulier:
Afnameinstructies:
Bijaanvraag/stabiliteit:
48u

Analyse

Analysemethode:
Sysmex
Domein:
Hematologie
Eenheid:
x10³/mm³
Bijkomende informatie:
Bloedplaatjesstoornissen:

1. Thrombocytopenie:
Bij patiënten met een tekort aan thrombocyten ontstaat een bloedingsneiging die ter herkennen is aan blauwe plekken, het lang doorbloeden van huidwondjes, neusbloedingen, tandvleesbloedingen en het optreden van typische puntvormige huidbloedinkjes (petechieën). Deze petechieën ontstaan vaak eerst op de enkels en op drukplaatsen. Valsalva-manoeuvres (hoesten, braken,...) kunnen ook bloedinkjes thv de oogleden veroorzaken. De meeste patiënten met een thrombocytenconcentratie tot 50.000/mm3 vertonen geen symptomen. Eens de concentratie onder de 20.000/mm3 zakt, kunnen spontane bloedingen optreden: maag-darmbloedingen en hersenbloedingen zijn beducht, maar deze zijn eerder zeldzaam.

Pseudothrombopenie: door EDTA veroorzaakte schijnbare thrombopenie (zie analysefiche 'pseudothrombopenie' waarbij bloedplaatjes worden bepaald bij afname op tube ThromboExact.

Oorzaken thrombopenie:
a. Verminderde aanmaak: beenmergziekte (geneesmiddelen, beenmergbestraling, leukemie, aplastische anemie,...)
b. Verhoogde/versnelde afbraak met onvoldoende compensatie door het beenmerg: intravasale stolling, thrombocytenantistoffen (ITP - idiopathische thrombocytopenische purpura - ziekte van Werlhof, systemische lupus erythematosus, CLL, HIV-infectie,...)
c. Abnormale plaatjesdistributie: splenomegalie/hypersplenisme.

2. Thrombocytopathie:
Functiestoornis van de thrombocyten. De bloedingsneiging wordt gekenmerkt door huid- en slijmvliesbloedingen, neusbloedingen en lang nabloeden van huidwondjes. Peroperatief kunnen ernstige (na)bloedingen optreden. In tegenstelling tot hemofilie (typisch late nabloedingen), ontstaan deze nabloedingen vaak direct. Gewrichtsbloedingen komen hier niet voor.
Thrombocytopathieën zijn aangeboren (M. Glanzmann, Bernard-Soulier-syndroom, storage pool-deficiëntie,...) of verworven (chronisch nierfalen, vitamine C deficiëntie, myeloprolyferatieve ziekten, acute leukemieën,...)

3. Thrombocytose:
a. Essentiële thrombocytose:
Chronische myeloproliferatieve aandoening die zich 'beperkt' tot de megakaryoïde stamcel. De concentratie van de thrombocyten in bloed zijn meestal zeer sterk verhoogd (meer dan 1.000.000/mm3).
b. Secundaire thrombocytose:
Infecties, stress, ijzergebrek, maligniteiten, status na splenectomie.


Referentiewaarden:
Pediatrie:
(<1j) Pediatric haematologye 1992 pg 2
(1-15j) Thomas ‘labor und diagnose’ 4e auflage 1992 pg 640
Volwassen:
Florin et al, IJLH 2020 Jun;42(3):pg 110-115

Referentiewaarden

Leeftijd Mannen Vrouwen
162-351 x10³/mm³ 162-351 x10³/mm³

Tarificatie

Nomenclatuur:
127116 - 127120 B 40 Tellen van de thrombocyten #(Maximum 1)
Bron: RIZIV website op 22/03/2026

Laatst gewijzigd op

Hilde Vandenbussche
23-02-2026