DOACs worden steeds meer gebruikt in de preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) na electieve heup- of knievervangingsoperaties en de preventie van beroertes en systemische embolie bij patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (nvAF). Alsook voor de behandeling van diep veneuze trombose (DVT) en long embolie (PE). DOACs hebben een meer voorspelbaar pharmacokinetisch en pharmacodynamisch profiel dan Vitamine K antagonisten, zoals warfarine. Hierdoor is de routine opvolging van DOAC levels niet nodig. Onder bepaalde omstandigheden is het wel aangewezen om de concentratie van de DOACs te bepalen. Bij bloeding of vermoeden van overdosis, bij een dringende operatie of bij bezorgdheid rond absorptie of therapietrouw.
Indien een patiënt onder DOAC een ischemische CVA doormaakt is het belangrijk de Anti-Xa activiteit te kennen, want dit is bepalend voor de therapie. Behandeling met intraveneuze trombolytica (alteplase) wordt enkel uitgevoerd indien er geen relevant antistollingseffect meer aanwezig is.
Tarificatie
Nomenclatuur:
553313 - 553324 B 1000 Bepaling van anti Xa activiteit voor monitoring van een behandeling met anticoagulantia #(Maximum 1) (Diagnoseregel 107) Bron: RIZIV website op 26/05/2026