Anti-cardiolipine en beta-2-glycoproteïne 1 IgG en IgM antistoffen worden aangevraagd in het kader van de diagnose van het antifosfolipiden syndroom. Om de diagnose te stellen moet voldaan worden aan zowel klinische criteria (trombose of zwangerschapscomplicaties) als aan laboratoriumcriteria (positieve ACA's en/of anti-B2GP1 antistoffen en/of lupus anticoagulans).
Een positief resultaat moet steeds bevestigd worden na een interval van 12 weken (Sydney criteria, 2009).
Referentiewaarden
Leeftijd
Mannen
Vrouwen
<20.0 U/ml
<20.0 U/ml
Tarificatie
Nomenclatuur:
553291 - 553302 B 700 Bepalen van anti-bèta2-glycoproteïne antistoffen (IgG of IgM) #(Maximum 2) (Diagnoseregel 106) Bron: RIZIV website op 22/03/2026