Thrombinetijd

Print

Beschrijving van de test

Naam:
Thrombinetijd
Synoniemen:
TT, trombinetijd
Intern codenummer:
505
Frequentie:
1x per week
Uitvoerend labo:
Campus Rumbeke
Antwoordtijd (TAT):
15 dagen
Verantwoordelijk bioloog:
Inge Van haute

Afname van het materiaal

Voorkeur materiaal:
Citraatplasma
Toegelaten materiaal:
Citraatplasma
Volume:
1 citraat-tube
Aanvraagformulier:
Afnameinstructies:
Aandachtspunten:
Bloedstaal (citraatbuis) zo snel mogelijk naar het labo brengen.
Indien dringend, neem contact op met klinisch bioloog routine
Conditionering & verzending:
Maximaal 4 uur tussen afname en invriezen

Plaatjesarm plasma (PPP) bereiden (zie methodenSOP 027929) en invriezen.

Op vraag van bioloog uitvoeren op vers staal (citraat plasma)
Bijaanvraag/stabiliteit:
4u

Analyse

Analysemethode:
STA-R_Max3 spec. stol Rumbeke
Domein:
Stolling
Eenheid:
s
Bijkomende informatie:
Met deze test wordt de stollingstijd bepaald die nodig is om na toevoegen van trombine aan plasma, fibrinogeen om te zetten in fibrine.

De voornaamste oorzaken van een verlengde thrombine tijd:
- is gevoelig aan inhibitoren en is dus verlengd bij UFH en anti-II anticoagulantia (dabigatran).
- ernstige (congenitale of verworven) hypofibrinogenaemie, dysfibrinogenaemie.

Referentiewaarden

Leeftijd Mannen Vrouwen
<21.0 s <21.0 s

Tarificatie

Nomenclatuur:
554551 - 554562 B 70 Thrombinetijd #(Maximum 1) (Diagnoseregel 166)
Bron: RIZIV website op 22/03/2026

Laatst gewijzigd op

Pauline Vercaigne
13-02-2026