2742 (man of niet zwanger)
2742z (screening voor zwangere met een max. van 2x per zwangerschap)
2742zk (zwangere met klinisch vermoeden van infectie)
Frequentie:
dagelijks
Uitvoerend labo:
Campus Rumbeke
Antwoordtijd (TAT):
<24u
Verantwoordelijk bioloog:
Dieter De Smet
Afname van het materiaal
Volume:
500 µl
Bijaanvraag/stabiliteit:
7 dagen
Analyse
Analysemethode:
Algemeen berekenstation
Domein:
Scheikunde
Bijkomende informatie:
Toxoplasmose wordt veroorzaakt door Toxoplasma gondii, een ééncellige parasiet. Toxoplasmose is een veel voorkomende infectie, die meestal opgelopen wordt tijdens de kinderleeftijd of adolescentie. 10 tot 50 procent van de volwassenen hebben serologische evidentie van een doorgemaakte infectie.
De infectie wordt meestal opgelopen door inname van met mature oocysten (verspreid door katten) besmet voedsel of water of door eten van onvoldoende gekookt vlees dat besmet is met weefselcysten.
Bij gezonde individuen verloopt de primaire acute infectie meestal mild of zelfs asymptomatisch. Deze infectie wordt meestal gevolgd door een latente infectie, die meestal levenslang blijft bestaan. Een reactivatie van een latente Toxoplasma infectie kan optreden bij immuunsuppressie (bv bij orgaantransplanten, AIDS-patiënten,...) en is dan heel vaak een meningo-encephalitis.
Primaire maternele toxoplasmose opgelopen tijdens de zwangerschap kan ernstige schade toebrengen aan de foetus. De parasiet kan namelijk transplacentair overgedragen worden. De meerderheid van de kinderen vertoont op moment van geboorte geen klinische symptomen, maar ontwikkelen later wel ernstiger sequellen, zoals mentale en psychomotorische retardatie, chorioretinitis en gehoorsverlies.
Het risico voor foetale infectie neemt toe met toenemende zwangerschapsduur. Daartegenover staat dan weer dat het risico op ernstige klinische complicaties groter is naarmate de maternele infectie vroeger in de zwangerschap optreedt. Een vroegtijdig starten van therapie voor een acute infectie tijdens de zwangerschap kan congenitale schade tegengaan of kan de ernst van de symptomen milderen.
De diagnose van een Toxoplasma infectie wordt meestal gesteld door detectie van anti-Toxoplasmose-specifieke IgM en IgG antistoffen.
De detectie van IgM antistoffen moet het vermoeden doen rijzen van een acute, recente of gereactiveerde Toxoplasma-infectie.
De detectie van IgG antistoffen wordt gebruikt om de serologische status mbt T. gondii na te gaan en zo positief, is dit indicatief voor een acute of latente infectie.
De diagnose van een acute tijdens de zwangerschap verworven infectie kan gesteld worden dmv een seroconversie of dmv een significante stijging van de antistoftiters (IgG en/of IgM) bij bepaling op twee opeenvolgende afnames.
Toxoplasma aviditeit:
IgG antistoffen aangemaakt in de vroege infectiefase binden minder gretig dan antistoffen die later aangemaakt worden. Deze gretigheid wordt 'aviditeit' genoemd. De aanwezigheid van IgG antistoffen met een hoge aviditeit duidt op een doorgemaakte infectie van minstens 3 tot 5 maand geleden. Deze test is dus zeer bruikbaar als confirmatietest bij de evaluatie van toxoplasmose in de zwangerschap omdat de klinische betekenis en behandeling van dergelijke toxoplasmose afhangt van het tijdstip van infectie ten opzichte van de zwangerschapsduur.
Tarificatie
Nomenclatuur:
551751 - 551762 B 250 Opsporen van IgG antilichamen tegen Toxoplasma gondiï #(Maximum 1) (Cumulregel 329) (Diagnoseregel 121) Bron: RIZIV website op 22/03/2026552392 - 552403 B 250 Opsporen van specifieke IgG antilichamen tegen Toxoplasma gondii tijdens de zwangerschap #(Maximum 1) (Cumulregel 329, 341) Bron: RIZIV website op 22/03/2026