Een brede waaier van micro-organismen die zich bevinden op de huid en slijmvliezen van het menselijk lichaam en in de omgeving kunnen huid- en weke delen infecties veroorzaken. Deze micro-organismen kunnen het lichaam binnendringen via onderbrekingen in de huid of slijmvliezen, via wonden door trauma of beten (exogeen), als chirurgische complicatie of door vreemd-lichaam implantaten (endogeen: post-operatieve wondinfecties (POWI), prothese-geassocieerde infecties), of via hematogene verspreiding. Acute wondinfecties worden meestal veroorzaakt door externe beschadiging van de intacte huid (POWI, trauma, beten). Chronische wondinfecties daarentegen (decubituswonden, veneuze ulcera, diabetische voet) worden normaal veroorzaakt door vasculaire insufficiëntie of metabole stoornissen. Kolonisatie en/of infectie van een wonde is vaak polymicrobieel, met zowel aërobe als anaërobe kiemen, wat in veel gevallen noopt tot brede anti-microbiële dekking. De belangrijkste verwekkers van huid- en weke delen infecties zijn Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa, Enterobacteriaceae, beta-hemolytische streptokokken en een waaier van anaërobe kiemen.
In geval van volledige asepsis tijdens afname van weefsels of aspiraten, kan aangenomen worden dat de aanwezige kiemen in deze specimens aan de basis van de infectie liggen. Interpretatie van microbiële culturen van open (oppervlakkige) wonden en abcessen kan bemoeilijkt worden door het feit dat micro-organismen van de commensale flora de laesies koloniseren. Zulke culturen dienen alleen maar uitgevoerd te worden wanneer er duidelijke tekens van infectie zijn of bij moeizame wondheling.